Tja… zo dus… Proficiat 2026!

Als blogger heb ik geen vast ritme in mijn schrijfsels. Ik bladerde nog eens terug en ontdekte dat de veelheid van onderwerpen afgelopen jaar weer uiterst divers waren, maar dat geschiedenis en boeken toch wel de boventoon voerden. Vorig jaar sloot ik af met een blog over ergernissen en dat zou deze keer ook best kunnen. Ergernissen over het gevallen kabinet, over hoe het loopt met de formatie en het verdriet over de oorlog in Oekraïne, dat laatste gaat trouwens nog veel verder dan zomaar ergernis. Toch kwamen er zich niet zomaar echte onderwerpen aandienen. Maar toen we een paar dagen geleden oppasten bij de kleinkinderen had ik mijn laptop meegenomen om iets van een overdenking of jaaroverzicht te schrijven. De 1500 meter van het OKT was zo spannend, dat 2025 snel naar de achtergrond verdween. De kleinkinderen zochten hun bed op en ik zag dat even later op NPO 2 de documentaire over Daphne Wesdorp te zien was (te vinden op NPO start). Gelukkig, daar had ik mijn onderwerp. Mijn blog zou ‘helden’ gaan heten en daarin kon ik mooi een aantal inspirerende mensen noemen die mij het afgelopen jaar waren opgevallen. Al gauw had ik in mijn agenda een rijtje namen genoteerd.

foto: Sven Torfinn. Kramatorsk, Ukraine, november 2025

Je moet maar durven, als journalist al vier jaar aan het werk in Kramatorsk, dicht bij de frontlinie in het oosten van Oekraïne. Daphne Wesdorp is werkzaam voor het Nederlands Dagblad, fotografeert en schrijft over die verschrikkelijke oorlog die is ontstaan door de inval van Rusland. Als er weer een stuk van haar in de krant staat, bid je en hoop je dat die verschrikkelijke slachtpartij en verwoesting van levens, huizen en gebouwen ophoudt. Er zijn collega’s van haar omgekomen, toch gaat ze door. Mocht je de intense documentaire van Bram Vermeulen over haar nog niet gezien hebben, neem er dan echt eens de tijd voor; 35 minuten. Dan besef je nog des te beter waarom onafhankelijke pers zo belangrijk is en dat journalisten en fotografen iedere keer weer ons geweten opschudden. Daphne maakt als journalist ook indrukwekkende foto’s.

Een andere naam op mijn lijstje is Derk Sauer zie ik. Dat sluit mooi aan op Daphne Wesdorp. Wanneer er weer een stuk van hem in Het Parool stond, las ik dat vaak eerst. Boeiende verhalen schreef hij toen hij in Rusland woonde, over de politiek, maar ook over het gewone leven en zijn twee jongens die opgroeiden in Moskou en daar wortel schoten. Maar je voelde steeds vaker, eerst tussen de regels door, dat de sfeer veranderde. Totdat ze met z’n allen moesten vertrekken. Vrije pers niet meer welkom in Poetins rijk. Hij zorgde ervoor dat de gevluchte journalisten werden ondergebracht in Amsterdam en van daaruit nog steeds hun krant, The Moscow Times, kunnen maken.
Helaas overleed deze bijzondere journalist het afgelopen jaar na een ongelukkige val op zijn boot. In Het Parool geen strakke analyses meer van hem over wat er gebeurt in het Kremlin en ook over de afschuwelijke strijd tegen het zogenaamde fascistische Oekraïne. Sauer was jarenlang ook de bestuursvoorzitter van de IDFA, het jaarlijkse documentaire festival  in Amsterdam. Een functie die hij met veel passie vervulde. Ongetwijfeld zal er nog wel eens een documentaire over Derk Sauer gemaakt worden.

On my watch
Secretaris-generaal van de NAVO in oorlogstijd 2014-2024

Iemand die zich ook veel heeft bezig gehouden met Oekraïne was de vorige secretaris-generaal van de NAVO, Jens Stoltenberg. Onze oud-premier Rutte, de man met een nogal selectief geheugen, volgde hem op. Den Haag blij, maar wanneer je de bijna twee uur durende documentaire (ook op NPO-start) over het laatste jaar van Stoltenberg bij de NAVO hebt gekeken, begrijp ik niet hoe men Rutte tot opvolger heeft kunnen benoemen. Wat een integere en hardwerkende politicus zien we daar aan het werk. Gedoe met de VS, gedoe met een niet eensgezind Europa en dan toch proberen aan alle kanten Zelensky te steunen. Een staatsman met een groot statuur, die rustig met pensioen had kunnen gaan na jaren van hoogspanning. Maar nee, inmiddels is Stoltenberg gewoon minister van Financiën in Noorwegen. Je zult er maar zin in hebben. Het zou goed zijn wanneer er meer van dit soort bevolgen vrouwen en mannen op belangrijke posities te werk zouden gaan als Stoltenberg. Zijn biografie ligt in de boekhandel, hopenlijk lag het onder de kerstboom bij Jetten, Bontebal en Yeşilgöz, zodat ze eens flink hebben kunnen nadenken over hoe ze Nederland op het rechte pad willen krijgen en leerden ze daarbij van de wijze levenslessen van Jens Stoltenberg.

Op 17 juni j.l. sprak in de Waalse kerk, Samuel Wells voorganger in de Church of England en sinds 2012 de vicaris van St Martin-in-the-Fields in Londen. Hij kwam spreken over Geloven In De Publieke Ruimte. Een citaat uit zijn boeiende verhaal, waarin hij schets hoe we als christenen samen moeten leven in onze gemeenschappen; “Het gaat over een samenleving waar iedereen bij hoort. Het gaat over gedeelde zaken van blijvende waarde, wat Augustinus ‘gemeenschappelijke liefdesobjecten’ noemt. Het gaat over het opbouwen van vertrouwen. Het gaat over het worden van een samenleving waar anderen zich bij willen aansluiten. En het gaat over het zien van de dynamiek van het geven van een tweede kans.”
De afgelopen jaren mocht ik wel eens een ‘preek lezen’. Wat graag haalde ik dan een hoofdstuk uit ‘Wees Niet Bang’. Wells laat in zijn uitleg van bijbelverhalen steeds weer zien hoe genadig God is en hoe diezelfde God omziet naar de verschoppelingen in deze wereld en dat de kerk daartoe ook geroepen is. Een uitdagend en bevrijdend evangelie!
Ik hoop dat zijn onderwijs de kerken in Nederland blijvend zal inspireren. Wie zijn hele verhaal wil bestuderen, kan mij een mailtje sturen.

Mijn verhaal zou nog veel langer kunnen zijn, maar misschien moet ik de komende week toch een deel 2 schrijven. In mijn favoriete krant stond gisteren een boeiend interview met Jezuïet Nikolaas Sintobin. Onze vorige dominee liet ons met hem kennismaken in een boeiende cursus over ‘bidden’.  Het artikel eindigt prachtig. “Het nieuwe jaar aan God toevertrouwen, Sintobin vat het samen in één woord: proficiat. ‘We kennen die uitdrukking als ‘gefeliciteerd’, maar dat is niet de oorspronkelijke betekenis’, legt hij uit. ‘Het komt uit de katholieke liturgie. Als aan het einde van de eucharistie de priester met de misdienaars naar de sacristie gaat, zeggen ze tegen elkaar: proficiat. Het is een gebedswens, die betekent: moge het goed worden, moge het baten. Je hebt de communie ontvangen, de gemeenschap met de levende Heer. Moge die gemeenschap vruchten opleveren, zeggen ze tegen elkaar.”

Proficiat 2026, ik sluit me daar graag bij aan.

In Memoriam Tsjerk Dijkstra 1950 -2025

Kerk met kosterswoning van de OPK. Mooi zijn de gordijntjes te zien van de slaapkamer van Tsjerk en Nel en de altijd verzorgde bloembakken voor de ramen beneden.

Op de mat van de voormalige kosterswoning lag afgelopen week de rouwkaart van Tsjerk Dijkstra. Meer dan vijfentwintig jaar was het de voordeur van Tsjerk en Nel als bewoners van Oosterpark 5. Nadat de ‘vrijgemaakte’ kerk in 1975 het gebouw had gekocht van de Doopsgezinden, woonde er nog een poosje een voormalige beheerster. In 1976 adverteerde de Oosterparkkerk in het ND dat er een woning beschikbaar kwam voor een koster. Tsjerk en Nel hadden trouwplannen en werden uitgekozen door Commissie van Beheer. Tsjerk werkte in Landsmeer in een restaurant met een ster als souschef en toen dat afbrandde vond hij in de buurt van Abcoude een nieuw restaurant waar ze een chef nodig hadden. Ook dat restaurant brandde later af, maar toen was Tsjerk al in Bosch en Duin (bij Zeist) gaan werken bij het gereformeerde verpleegtehuis ‘De Wijngaard’ als hoofd van de keuken. Ondertussen zorgde hij met Nel en in die eerste periode ook met Jan Modderman (die in de kamer beneden woonde, nu crèche) voor alle voorkomende bezigheden in en rond de kerk. Toen Jan vertrok en trouwde met een zus van Nel, kwam de kamer beschikbaar voor Esther en Margreet, de twee oudste dochters.
Tsjerk was van de verzorgende soort, mensen aanspreken op een open manier. Op zondagmorgen bij de stoep van de kerk, soms met de bezem in de hand om alles netjes te houden. Al snel werd de koster vermaard vanwege zijn vaardigheid om waar nodig te zorgen voor de inwendige mens. In de tijd dat het nog geen gewoonte was, dat er na afloop koffie was in de kerk, werden vrijwel elke zondag kerkgangers uitgenodigd om te komen koffiedrinken boven. En altijd had Tsjerk wel weer iets lekkers gebakken. En aanschuiven bij een maaltijd in huize Dijkstra was altijd weer een feest.
De drie dochters groeiden op, doordeweeks gingen ze met een busje naar de ‘dr. M.B. van ’t Veerschool’ in Amsterdam-West, maar in het weekend moesten ze vaak meehelpen in de kerk. Tsjerk werd ‘uithangbord’ voor de Oosterparkkerk, wie ooit een keer de kerk bezocht kwam met hem in aanraking. Koken voor allerlei soorten vergaderingen, Tsjerk draaide er zijn hand niet voor om. Voor een provinciale synode of voor bijeenkomsten van de vrijgemaakte homo-club, allemaal  maakten ze kennis met de gastvrijheid van het kostersechtpaar. Als diaken keek Tsjerk om naar de alleenstaande broeder of zuster. Bij verschillende gemeenteleden was Tsjerk degene die uiteindelijk een woning moest leegruimen.
Een bloemschikcursus, een schilderijen tentoonstelling, een bruiloftsfeest of een begrafenis, Tsjerk stond klaar. Gemeentedagen op Hemelvaartsdag, het werd een feest omdat alle eten en de barbecue waren voorbereid in de keuken van de Wijngaard. Uitjes met de ouderen, Tsjerk regelde en zorgde voor goed eten.

Tsjerk als vrijwilliger in hospice KURIA. Na zijn pensionering in 2015 was Tsjerk een geliefd klankbord bij patiënten in hun laatste levensfase.

Na ruim vijfentwintig jaar, toen de dochters het huis uit waren, verhuisden Tsjerk en Nel eind 2004 naar de Teslastraat, tegenover de Nieuwe-Oosterbegraafplaats. Om afstand te nemen van het kosterschap gingen ze in kerkelijk Amsterdam op onderzoek uit. Uiteindelijk werden ze lid van de Noorderkerk aan de Prinsengracht en burgerden daar al snel in. Ook daar ontdekten ze al gauw het organisatietalent van Tsjerk en natuurlijk ook zijn culinaire kwaliteiten. Gelukkig bleven de banden met verschillende Oosterparkkerkers, en nog niet zo lang geleden vierde Tsjerk zijn 75e verjaardag in ons gebouw.
Mooie anekdotes zouden er nog te vertellen zijn. Dat ze in de kosterswoning de rook van alle sigaren konden ruiken als de kerkenraad beneden vergaderde. Dat de koster op zondagmiddag werd gestoord door een broeder die veel te diep in het glaasje had gekeken en met veel geschreeuw op de kerkdeur bonsde, maar volgens dominee Breen helemaal niet dronken was. Hij had niets geroken toen hij de broeder die op de galerij zat voor kerktijd even opzocht.
We missen hem nu al, een vriend die altijd klaar stond, een geliefde broer in Christus.

“Tsjerk liet ons zien wat het betekent om gastvrij kerk te zijn. Veel leden en gasten hebben door zijn toewijding mogen ervaren dat iedereen welkom is bij God. Wij wensen Nel, Esther, Margreeth en Suzanne en verdere familie Gods nabijheid toe nu ze Tsjerk moeten missen.”

Tweede Boerhaavestraat

In 1980 kwam ik, net voor ons trouwen, in Amsterdam-Oost wonen. In de Transvaalbuurt, met straatnamen zo weggelopen uit de boeken van L. Penning. Pas later ontdekte ik dat de Transvaalbuurt in en voor de Tweede Wereldoorlog een Joodse buurt was geweest. Mijn schoonvader ruimde boeken op en nam voor ons de twee delen van Pressers ‘Ondergang’ mee. Al bladerend en lezend ontdekte ik dat uit onze buurt duizenden Joodse Nederlanders waren verdwenen in de Duitse vernietigingskampen. Een foto van Duitse overvalwagens op het Krugerplein, tussen foto’s van alle andere wreedheden van de fascistische bezetter. In die tijd was er weinig terug te vinden van de vernietiging van zoveel Transbuurtbewoners. Aan de Tugelaweg was een gedenkteken als nagedachtenis van een represaille-fusillade, maar dat waren Nederlandse verzetsstrijders. De tijd van ‘struikelstenen’ moest nog komen.

Pas rond de eeuwwisseling kwam er langzaam veel meer aandacht voor het wegvoeren van Joodse Amsterdammers. Met verschillende schoolklassen had ik al een paar keer de voormalige Hollandse Schouwburg bezocht. Boven de entree was een kleine tentoonstelling over de Holocaust, inmiddels is die collectie opgenomen in het indrukwekkende Holocaust Museum aan de overkant van de Plantage Middenlaan. Op één van de wanden hing een grote kaart van Amsterdam, met daarop precies aangegeven waar Joodse Amsterdammers woonden. Een kaart gemaakt door ambtenaren van de gemeente, in opdracht van de bezetters. De Transvaalbuurt is op die kaart bijkans zwart, elke stip, staat in de legenda, betekent 10 Joden. De kaart dateert van mei 1941, stap voor stap bereidde de bezetter zijn verschrikkelijke wandaden voor. De kaart komt natuurlijk ook voor in ‘Atlas van een Bezette Stad’ van Bianca Stigter op pagina 43. Op pagina 45 staat een kaart met een voorstel voor een ‘Joodsche Stadswijk’. De Transvaalbuurt hoorde daar natuurlijk ook bij, maar ook een groot gedeelte van de Oosterparkbuurt, tot aan de Amstel. De ‘Joodsche Stadwijk’ is er nooit gekomen, immers de eventuele bewoners werden ‘ausradiert’.

Rogier bij de presentatie van zijn 18e boek over Joden in Oost

Afgelopen maandag werd in de voormalige ‘Talmud Tora’ school aan de Tweede Boerhaavestraat (nummer 7) weer een monument toegevoegd aan de monumenten die er in de afgelopen jaren zijn ontstaan en opgericht als herinnering aan verdwenen Amsterdammers. Rogier Schravendeel, een verwoed amateur-historicus hield zijn 18e boek over verdwenen Amsterdammers ten doop. Deel 15 had Rogier op een Open Ochtend in de Oosterparkkerk  gepresenteerd en uitgedeeld, 2 mei dit voorjaar. Rogier heeft zich tot doel gesteld om van verschillende straten in Oost uit te zoeken welke Joodse bewoners zijn weggevoerd in de oorlog. Uit verschillende bronnen haalt hij zijn informatie. Het gaat om een korte levensbeschrijving, foto’s en de precieze data van geboorte en overlijden. Het deel over de ‘Tweede Boerhaavestraat’ bevat ruim 350 bewoners. Eén straat, meer dan driehonderdvijftig mensen. Er zijn 80 huisnummers, met vaak vier etages, dus naar schatting 280 tot 300 woningen. Na wat achtergrondinformatie over het ontstaan van de Tweede Boerhaavestraat en de verschillende scholen in deze straat, worden in het tweede hoofdstuk alle bewoners beschreven die verdwenen zijn. Op bladzijde 16 is Sientje Cohen-Herz de eerste. Geboren 1 mei 1869 en gestorven 5 oktober 1942 in Auschwitz. Zij woonde met haar dochter en schoonzoon op nummer 3-1, haar man was in 1934 overleden. Ook haar dochter en schoonzoon stierven in Auschwitz.
En zo gaat het, het hele boek door. 142 pagina’s. De opsomming eindigt bij nummer 78-huis. De laatste die genoemd wordt is Rosa Fanni Packer-Goldstein, zij stierf op 27 jarige leeftijd in Auschwitz. Haar huis staat naast het huidige gebouw van het Passantenhotel van HVO Querido, wat weer grenst aan ons kerkgebouw. Aan de even kant eindigt het op nummer 77 en daar verdwenen de bewoners op huis, van de eerste en ook de derde verdieping. En al is het dan meer dan 80 jaar geleden, je wordt er toch ongemakkelijk van. Rogier Schravendeel gaf in april al aan dat dit werk hem soms onpasselijk maakte, al die namen en persoonlijke geschiedenissen van mensen… Het is goed dat huidige bewoners van de Tweede Boerhaavestraat nu kunnen terug lezen wie er ooit in hun huis woonde, maar laat het ook een waarschuwing zijn voor vandaag en morgen.

Over de Talmud Tora school is op verschillende sites veel te vinden. Het is nu geen school meer, de lokalen zijn appartementen geworden. In 1982 werd het gekraakt en er schijnen nog steeds een paar ex-krakers te wonen. Enkel glas, slecht te verwarmen, maar de bewoners zijn blij met hin voormalige lokalen. Aan de buitenkant staat door stenen een beetje te laten uitspringen in het Hebreeuws ‘Talmud Tora’, wat betekent: School voor godsdienstonderwijs. Op het mooi smeedijzerhek stond het in gewone letters, maar die zijn verdwenen. Op verschillende sites is veel informatie terug te vinden. Op de site van het ‘Joods Cultureel kwartier’, maar ook van ‘Amsterdam op de kaart’. Op de website van ‘Joods Amsterdam’ is te lezen over de eerste steenlegging.

PS Onze kerk heeft als adres Oosterpark 5. Ooit was het de ’s Gravezandestraat. Maar de zijkant staat aan de Tweede Boerhaavestraat. Op dit moment is het er slecht parkeren, want een flink gedeelte staat in de steigers en wordt volledig gerenoveerd. De huurders zullen daarna flink in de buidel moeten tasten. Ooit waren ze bedoeld voor de arbeidende klasse….

 

Stemmen tellen

De Sporthal aan de Pr. Bernhardlaan was door medewerkers van de gemeente Diemen grondig ingericht. Rond 9 uur ’s avonds druppelden tellers en stembureauleden van verschillende stembureaus binnen. ‘La fête de la démocratie’ kon tot een mooie afronding komen. Tot stembus omgetoverde vuilnisbakken werden binnengereden en leeg gekiept. Uitvouwen, sorteren op even en oneven en in de volgende ronde sorteren op partij. Ondertussen kwam onze burgervader de sporthal binnen om de tellers een hart onder de riem te steken. Hij had het droevige bericht over PvdA-Groen Links leider Timmermans al meegekregen. Door het gesprekje wat daardoor ontstond, vertelde ik mij in het aantal PVV stemmen van bureau Biesbosch. Bij het tellen wordt een vier-ogen principe gehanteerd, dus tellen en natellen door je maatje. Terwijl ik op 90 uitkwam, kwam zij uit op 92. Daar namen we natuurlijk geen genoegen mee, dus nog een keer; en het werd 91 bij mij en weer 92 bij haar. De burgermeester trok zich schielijk terug en twee stembureauleden sprongen bij. Nog een keer, nu in stapeltjes van tien, en ja, het werd toch 92. Mijn maatje blij natuurlijk en ik schaamde me toch wel een beetje. Het laat maar weer zien dat op stembureaus nauwgezet en zonder aanziens des partij, geteld, geteld en her-geteld wordt, als er een verschil is. Hoezo fraude en gesjoemel? In Diemen in ieder geval niet en gelukkig zorgt de Centrale Kiesraad er voor dat dat in alle Nederlandse gemeenten het er eerlijk aan toe gaat.

Nog wat opmerkingen naar aanleiding van alle gedoe rond de verkiezingen.
– Hoe mooi zou het zijn als er de laatste week voor de verkiezingen geen opiniepeilingen meer worden gehouden.
– Nog mooier zou zijn als er in de laatste week geen politici meer aanschuiven bij talkshows. Nu ontstaat er een scheef beeld, ook in zogenaamde tv-debatten. De kleinere partijen mogen nauwelijks aanschuiven, terwijl je toch uiteindelijk allemaal weer op 0 begint.
– Waarom is nog steeds geen wet aangenomen die regelt dat in onze democratie, alleen democratische partijen mee mogen doen bij verkiezingen? Dus geen partijen met maar één lid.
– Laat de koning weer in eerste instantie optreden als verkenner!
– Stel een wettelijke limiet aan de lengte van de formatie. Het zou toch gewoon moeten kunnen in twee maanden?! Leiders van partijen moeten zich voor de verkiezingen realiseren dat ze op dag één na de verkiezingen zullen moeten samenwerken. Sluit dus niet van te voren van alles uit.
– De huidige fractieleiders moeten verplicht rond tafel met de ombudsmannen/vrouwen van de grote steden. Zij weten goed aan te geven waarom kiezers afhaken en daardoor op een populistische partij stemmen. Toen ik na het stemmentellen thuiskwam zat mijn geliefde de uitslagen te volgen op NPO1 en zat Munish Ramlal (ombudsman van Amsterdam) aan tafel. Hij wist helder en duidelijk uit te leggen waarom mensen afhaken en wat onder andere de politiek daaraan kan veranderen.
– Betrek burgers op een serieuze en efficiënte manier bij belangrijke beslissingen. Zie ook mijn blog daarover (https://www.roelwimmenhove.nl/2017/03/10/waarom-nog-verkiezingen/).
– En een kabinetsperiode duurt gewoon vier jaar. Valt een kabinet, dan binnen twee maanden door een herschikking of formatie weer verder. En dus; geen nieuwe verkiezingen.

Zwevende kiezer? Blijf dan thuis!

Een tafelgenoot in onze plaatselijke bibliotheek pleitte afgelopen zaterdag voor een twee-partijen stelsel. Dan was de keus niet zo ingewikkeld, want met al die partijen werd het veel te ingewikkeld. Inmiddels had ook hij wel begrepen dat JA21 gewoon een PVV-light is. Daarom was een twee-partijen stelstel, de oplossing. Daarvoor had ik eerst nog een kort “college” moeten geven over het verschil tussen SGP en de CU en waarom de PVV de laatste jaren in de Biblebelt zo’n opgang beleefde.
Eigenlijk vind ik dit soort gesprekken het leukst. Met een groepje willekeurige mensen lekker fors discussiëren, met een stapel kranten op tafel, over de komende verkiezingen. Even geen talkshow, geen mooipratende politicus met een paar uitsmijters, maar gewoon standpunten en ideeën  uitwisselen en elkaar aan het denken zetten. En dan soms ook durven zeggen; “Oh, daar heb je wel gelijk in…!”
Volgende week is het dan weer zover, het Nederlandse volk mag weer zijn stem uitbrengen. Van alle kanten worden we belaagd om een keus te maken. Maar als je wat afstand neemt is het een raar ritueel. Miljoenen mensen hebben vandaag, zes dagen voor de verkiezingen, nog geen idee wat ze zullen stemmen. Ze laten dat afhangen van wat ze de komende dagen misschien toevallig of bewust op tv of radio horen of zien. Met spanning wachten insiders op een debat bij de commerciële omroep; immers daar verschijnt de grote uitdager, die in de peilingen  boven aan staat. Zal hij het debat winnen? Weten zijn tegenstrevers op een fatsoenlijke manier hem duidelijk te maken dat hij een manipulator en wegloper is? Gaan zwevende kiezers op grond van zo’n uitzending hun keus bepalen?
Dat laatste houdt dan in, dat ze op die manier stemmen met hun onderbuik. De darmen spelen wat dat betreft een belangrijke rol, vertelde de ‘slimste mens van 2025’ bij Pauw en de Wit. Is dat het idee van een democratisch gekozen volksvertegenwoordiging? Moeten we ‘zwevende kiezers’ op een dergelijke manier laten  bepalen wat voor regering er de komende vier jaren in Den Haag ons land in goede banen leidt?
Daarom pleit ik er voor dat zwevende kiezers lekker thuisblijven. Wanneer je vandaag niet weet waar je op wilt stemmen volgende week woensdag, waar was je dan de afgelopen twee jaar? Heb je geen krant gelezen? Niet geluisterd naar interviews op de radio? Niet zo nu en dan op tv naar NPO-politiek gekeken? Heeft de zwevende kiezer wel eens een partijprogramma gelezen?
Vaak roepen politici in koor na de verkiezingen: “De kiezer heeft altijd gelijk!”. Voor zover ik weet is er weinig wetenschappelijk onderzoek naar deze stelling gedaan en is het een fraaie kreet, maar beslist niet waar. De kiezer bestaat simpelweg niet. Dus kan hij ook niet altijd gelijk hebben. Is er wel eens onderzocht hoeveel kiezers op een bepaalde partij daar na verloop van tijd spijt van hebben? Populistische politici roepen heel graag; “het volk wil het”, “de kiezer heeft gesproken…”. Het zijn gemakkelijk te gebruiken uitspraken en doen het goed in talkshows, maar ze zijn niet juist. En zwevende kiezers, die op het laatste moment, hun darmen laten bepalen waar ze op het stembiljet een hokje rood kleuren, geven dus helemaal niet een goed beeld van wat echt goed is voor ons land en loopt het zoals de afgelopen twee jaar is gebleken, uit op een tenenkrommende teleurstelling.
Het is misschien wat ongenuanceerd, maar ben je een zwevende kiezer: blijf dan thuis! Zwevende kiezers kunnen best serieuze kiezers worden, wanneer ze zich verdiepen in wat er in Den Haag gebeurt. Die kranten lezen, partijprogramma’s opzoeken op internet en regelmatig volgen wat de gekozene echt uitricht in de Tweede Kamer. Zwevende kiezers, zweven dan niet meer en staan met beide benen op de grond en kiezen voor een rechtvaardige samenleving, waarin aandacht is voor de zwakkeren en voor minderheden. Nadenkende kiezers lopen niet achter elke nieuwe “messias” aan, worden geen partijhoppers. Krabben zich wel twee keer achter de oren om op overlopers te stemmen. Dus zweeft u nog? Blijf lekker thuis!

Eerherstel voor Leendert Valstar

Eergisteren kreeg ik een mail van de initiatiefnemers van “Geef Straten Een Gezicht”. Het was gelukt! Het bord dat op de Leendert Valstarhof stond is vervangen. Half april schreef ik er al over (Leendert Valstar een ‘vroege verzetsstrijder’). Tot voor kort stond er een verhaal over een andere Valstar, een verzetsstrijder uit het Westland, die in 1944 werd gefusilleerd in kamp Vught. De straat was echter niet naar hem genoemd. Na wat heen en weer gemail is nu de juiste informatie te lezen. GSHG heeft een nieuw bord laten maken, wat keurig is gemonteerd door twee werknemers van het Stadsdeel. Goed werk!
Geen idee wie het gaat opvallen, maar voor de familie van Leendert Valstar is het toch een soort eerherstel.
Amsterdam-Slotermeer heeft tientallen straten met namen van mannen en vrouwen die in de oorlog zich verzetten tegen de Duitse overheersing. Sommigen hadden een ondergeschikte rol, anderen namen de rol van leider op zich. Met gevaar voor eigen leven hielden ze zich bezig met zaken die door de bezetters waren verboden. Achter de namen van al die mannen en vrouwen zien we ook al die mensen die met hen meededen en de oorlog wel overleefden. Die er vaak nauwelijks nog over wilden praten, maar het had wel degelijk zijn sporen nagelaten. Ook voor hen waren de verzetsstrijders die werden geëerd met een straatnaam, tekens van erkenning.

Buurman A. suggereerde via de app, dat ik maar moest bloggen over het politieke gedoe in Frankrijk. Omdat we al bijna twee weken in Frankrijk zijn, zouden we toch wel iets mee hebben moeten krijgen van alweer een nieuwe minister-president. Maar nee, hier in de Provence gaat alles gewoon zijn gang. Hier en daar een weg half opgebroken en mannen in oranje hesjes druk bezig, de lavendelvelden zijn geschoren en in de Bourgogne is de wijnoogst in volle gang. Hier in de Luberon zullen we eerstdaags ook wel de oogstmachines door de wijngaarden zien trekken. Gisteren (woensdag) maar eens voor het eerst het Franse Journaal aangezet. Her en der in grote steden relletjes en op grote wegen waren blokkades opgeworpen. Wij hebben het niet gemerkt, alleen dat er misschien minder kraampjes op de markt in Viens waren in vergelijking met vorig jaar. Het schijnt dat rechts, het midden en links in de politiek, fundamenteel met elkaar verschillen. De verschillen lijken onoverbrugbaar en men wil niet met elkaar in gesprek en al zeker niet polderen. Polarisatie alom, het is al net als in ons eigen verwarrende politieke landschap. Na wat doorzappen waren er zeker op vier verschillende zenders heftige discussies over de ‘waan van de dag’. Veel langs elkaar heen en weer gepraat zo leek het. Ook op tv ging het leven gewoon door, in een bizar lang reclameblok kwamen bijna alle automerken langs.
Het is misschien met oogkleppen op, maar we genieten toch ook volop van het fietsen hier in de heuvels en de prachtige uitzichten.
Trouwens ook hier heeft men aandacht voor wat er gebeurde in de Tweede Wereldoorlog. In elk dorp vindt je wel een standbeeld dat herinnert aan de beide wereldoorlogen. Op plaquettes vind je dan de namen van gesneuvelde dorpsgenoten. Eerst die uit de Eerste Wereldoorlog en daaronder een recentere plaat met hen die vielen in de Tweede Wereldoorlog. Opdat de mensheid niet vergete…. Maar het lijkt zo vaak tevergeefs.

Viens (Vaucluse) – 11 september

nederland voor de nederlanders, nog één keer

In de vorige blog had ik mij wel wat snel afgemaakt van de bespreking van het laatste boek van Mounier Samuel. Het kwam omdat ik op dat moment alleen het eerste hoofdstuk had gelezen en daar geboeid door was geraakt. Inmiddels heb ik het boek uitgelezen en het verdient een extra aanbeveling.
Het is namelijk een nogal bijzonder boek.  Politicoloog en schrijver Samuel laat de lezer kennis maken met zijn zorgen over ons land. Door de verschillende hoofdstukken weeft hij her en der ook zijn persoonlijke verhaal als man die ooit vrouw was. Ook zijn afkomst, Egyptische vader en Nederlandse moeder komen regelmatig terug. Het gaat vooral over Nederlanders die zich zorgen maken over wat het nog betekent om Nederlander te zijn in tijden van crisis. Het boek verscheen eind vorig jaar, Mounier heeft dus niet de kabinetsval er in mee kunnen nemen. Uitgebreid gaat de schrijver in op hoe onder de kabinetten Rutte ons land langzaam aan verworden is tot een land waar het onrecht welig tiert, waar minderheden worden geschoffeerd en gediscrimineerd.
Regelmatig bekroop mij bij het lezen een behoorlijk onbehaaglijk gevoel. Waar het gaat over hoe politici weg komen met hun abjecte verhalen, hoe de rechtse kranten gebeurtenissen weten te verdraaien waar het gaat om Nederlanders van kleur… En natuurlijk gaat het over de reacties op de houding van Israël na 7 oktober 2023. De schrijver weet met kennis van zaken en een genuanceerd blik, een duidelijk beeld neer te zetten.
Ook komt de klimaatcrisis aan de orde. Samuel waarschuwt nadrukkelijk om signalen van deze crisis niet weg te wuiven. Vandaag zal hij opnieuw een voorbeeld van zijn gelijk hebben gezien op het Journaal (26 aug.). Daar werd melding gemaakt van uiterst nauwkeurige rekenmodellen die voorspellen dat rond 2060 de Warme Golfstroom volledig tot stilstand komt. Dat laatste leidt in ons land en de ons omringende landen tot forse temperatuurdaling en als gevolg daarvan veel meer regen en veel koudere winters (tot -20° C), met alle gevolgen van dien. Samuel wijst terecht naar mijn idee aan, dat de laatste rechtse regering geen enkel oog had voor het milieu. Maar ook de daaraan voorafgaande regeringen onder leiding van Mark Rutte, lachten veel te veel waarschuwingen weg.
Mounier Samuel houdt ons Nederlanders in dit pamflet een spiegel voor. Leven we echt in dat gezellige landje aan de Noordzee, een land dat pretendeert te weten hoe anderen moeten handelen? Kijk maar eens goed in de spiegel die Samuel ons voorhoudt. Zijn boodschap; als we zo doorgaan is er in de toekomst voor heel veel, echt heel veel Nederlanders, geen Nederland meer beschikbaar. Je hoeft het niet in alles met de schrijver eens te zijn, maar het zet aan het denken en misschien op een aantal punten tot actie. Mounier Samuel steekt niet onder stoelen of banken, dat hij gelooft in de God van de Bijbel. Met dat laatste in gedachten mag het zeker volgelingen van Jezus aan het denken zetten.

Politiek is ook niet alles…

Vriend H. uit Betondorp condoleerde mij met het overlijden van Kars Veling, de eerste lijsttrekker van de ChristenUnie. Zoals vaker kwamen we elkaar tegen aan de leestafel van de bibliotheek. In de voor hem liggende stapel kranten had hij een mooi geschreven In Memoriam gelezen. Kende je hem? Jazeker kende ik meneer Veling, al heel lang. Lang geleden, aan het eind van mijn HAVO periode op het Gereformeerd Lyceum in Groningen, gingen we op kamp naar Terschelling. Aanvoerder was meneer Geertsema, leraar economie, hij ‘woonde’ elke vakantie op Terschelling. Ook Veling ging mee als begeleider naar het mooie Waddeneiland. Bij de avondwandeling ging wiskundeleraar Veling niet mee, want hij moest studeren voor zijn wijsbegeertestudie. Eén van de leukste onderdelen van het kamp die ik mij nog goed kan herinneren was de avond dat Piet Hek ons kwam vertellen over de geschiedenis van Schylge (spreek uit als skiel-ge), jutten en natuurlijk ook over cranberry’s. De rasechte Terschellinger lardeerde zijn verhaal zo nu en dan met een flinke vloek en dat schrok meneer Geertsema even op, maar meneer Veling verblikte of verbloosde niet. Alhoewel ik geen wiskunde kreeg van Veling, was hij tijdens het kamp een man die rust en vriendelijkheid uitstraalde. Dat kamp was trouwens ook mijn eerste kennismaking met Bob Dylan, maar dat terzijde. Veling bleef niet lang in Groningen, maar vertrok al snel naar Zwolle.
Twee jaar geleden leerde ik Kars Veling wat beter kennen, dat was op de synode van Zoetermeer. Op deze synode viel het definitieve besluit voor het samengaan van de binnen en buitenverbanders, waaruit de huidige NGK ontstond. Veling was daar de man van de samenwerking, steeds weer zoeken naar oplossingen en heftige discussies vermijdend.
Een integer politicus is gestorven. Helaas hield hij het in de harde politieke wereld van de Tweede Kamer niet lang vol.

Al pratend over Veling en zijn invloed binnen de de CU, ging het al snel over de bizarre politieke werkelijkheid van vandaag, zoals de overlooppolitici. Ik noemde het voorbeeld van Diederik Boomsma en zijn overstap naar JA21, een voor mij volstrekt opportunistische stap. Helaas sloeg toen de vlam min of meer in de pan. Over de aanvoerder van JA21 mocht ik geen kwaad spreken. En Boomsma was toch echt ter goede trouw, want hij nam zijn zetel niet mee. Helaas voor H., vind ik het op dit moment enige kamerlid en fractievoorzitter van JA21, een charlatan. De beste man probeert zich nu te presenteren als hèt alternatief voor de PVV. Een PVV-light, met leden. Oké, niet mijn partij dus. Trouwens ook flink opportunistisch om de dames Nanninga en Coenradie en ook oud CDA-er en oud NSC-er Boomsma op de lijst te zetten.
Het ergste moest echter nog komen, ook tafelgenoot P. ging zich met de discussie bemoeien en een jongeman die zijn koptelefoon ervoor afdeed. P. vertelde dat hij op Eerdmans, laat ik toch één keer zijn naam noemen, had gestemd. Zijn reden deed bij mij de haren ten berge rijzen. “Ik stemde op hem omdat hij in het debat over de helpers van de Nederlandse militairen in Afghanistan, heel duidelijk zei waar het op stond en het ook nog met humor deed. ‘Tja, we kunnen toch niet iedereen toelaten die een eitje heeft gebakken voor onze militairen daar?!’ Dat vond ik zo goed!” Ik heb P. duidelijk gemaakt hoe slecht ik die uitspraak vond en of hij enig idee had, wat er was gebeurd met de Afghanen die voor de Nederlanders hadden gewerkt en in hun land moesten blijven? Geen idee dat de Taliban inmiddels al lang zijn maatregelen heeft getroffen. Tja, dat wist P. helaas niet en na wat heen en weer gediscussieer, moest hij me wel gelijk geven. Ook de jongeman ging mee discussiëren en beklaagde zich over het tekort aan woonruimte. Maar gelukkig legde hij niet zoals vriend H. de schuld bij al die mensen die Nederland ongelimiteerd binnen komen, maar bij het falende kabinetsbeleid in de laatste decennia. Welke partij was het die het ministerie van Volkshuisvesting de nek omdraaide?

In die zelfde biep vond ik op de ‘pas verschenen tafel’ het onlangs verschenen pamflet van Mounier Samuel. Een vlammend betoog tegen de verrechtsing van ons land. Terecht stelt hij allerlei misstanden aan de kaak en laat zien dat er ondanks al het rechtse gebral en het populisme, juist ook hoop is. Maar helaas zijn het wel de kiezers die politici kiezen, dat laatste kan ook Mounier niet veranderen. P. wist het na de fikse discussie en de afgang van JA21 ook niet meer. Waar zou ik dan op moeten stemmen? Deze vraag is relevant en dat gaf ik ook terug.

Wat mij betreft; stem op partijen en vertegenwoordigers daarvan, die oog hebben voor de zwaksten in de samenleving. Oog voor de ongedocumenteerden, zinnige oplossingen aandragen voor het opvangen van echte vluchtelingen. Stem op politici die die niet van de hypes zijn en een consistent beleid nastreven. Stem op politici die ook hun fouten durven toegeven en soms ook kunnen uitleggen waarom ze van standpunt veranderen. Stem op politici die oog hebben voor het leed van Oekraïners Palestijnen, Israëliërs, Joodse medelanders, Oeigoeren, maar ook oog voor de slachtoffers in Soedan, de onderdrukten in Myanmar en China. Kies niet voor de populist, maar voor de politicus die met een echt weerwoord komen. Kies voor politici van een ledenpartij, en kijk niet alleen naar de soundbites in het Journaal of de legio praatprogramma’s op tv. Kijk eens een heel debat op NPO Politiek. Verdiep je in verkiezingsprgramma’s en lees meer dan één krant.
Ooit zei iemand, kies in ieder geval een politicus, die je met een goed gevoel op je huis laat passen als jij drie weken op vakantie gaat. Waarvan akte!

‘de gemeente’, dat zijn wij…

Deze weken genieten we bijzonder van onze tuin. Elke morgen schitteren de dahlia’s en agapanthus ons tegemoet. En aangezien onze tuin op het noordwesten ligt, is het ’s morgens buiten nog heerlijk koel en een prachtige plek om te ontbijten. Bijen en een enkele vlinder vliegen af en aan. Soms zetten we de tuindeur open en hebben we een prachtig uitzicht over de vijver met zo nu en dan passerende eenden en waterhoentjes. Ondertussen genieten wij van een boterham met bramenjam. Het laatste natuurlijk van onze eigen bramenstruik die door het weer van de afgelopen weken al vroeg prachtige zwarte vruchten levert. Voor zover we kunnen nagaan is onze doornloze bramenstruik van oorsprong Hollandschevelds.
Dat uitzicht is wel een apart verhaal. Buurman Herman was een paar weken geleden druk met zijn trimmertje bezig om het grasveld naast het schelpenpad te fatsoeneren. Ook had hij de voortwoekerende rietkraag met zijn heggenschaar aangevallen. Resultaat; vanuit zijn tuin, zittend in een prieel, had hij een mooi zicht op de vijver met bijna bloeiende waterlelies. Ook kon hij op deze manier wandelaars met honden er op wijzen dat de groenstrook geen uitlaatgebied is en dat deze huisdieren aangelijnd horen te zijn. Het niet opruimen van de uitwerpselen leverde hem ergernis op, maar gelukkig waren hondenuitlaters best gevoelig voor zijn terechtwijzing.
Buurman Herman bood aan om mee te helpen de rietkraag nog verder terug te dringen en zo leverde dat het project ‘schone oever’ op. Van het een kwam het ander. Het riet wegknippen was nog niet zo’n probleem. Eenmaal op het droge, droogde het best snel. Het afvoeren was een al wat grotere klus en het in het water gegroeide riet was een nog groter probleem. Gelukkig is firma Liefhebber aan de Pretoriusstraat dan weer een uitkomst. Aangezien meneer Jansen nog steeds verknocht is aan zijn winkel (zie een vorige blog), is hij op vrijdag en zaterdag nog steeds een toevlucht voor de zoeker naar speciaal gereedschap. Waar vind je tegenwoordig nog een echte mesthaak? Nou in ieder geval bij Liefhebber. Helaas kondigde meneer Jansen toch definitief te sluiten eind december.
Inmiddels heb ik een forse strook oever van de Venserwetering ontdaan van brandnetels, riet en ander ‘onkruid’. Het eerste gras dat we ingezaaid hebben is inmiddels al groen. De gemeente Diemen heeft tegenwoordig een makkelijke app waarop je je klachten kunt deponeren. Heel soms wil men dan wel reageren waarom een en ander niet kan worden verholpen, zoals de staat van het asfalt op het drukke fietspad naar Oost. Maar op de vragen over het onderhoud van de oevers krijgen we steevast als reactie: ‘melding afgehandeld’. Gelukkig wordt eigen initiatief niet afgestraft en omdat wij als Diemenaren met zijn allen de gemeente zijn, kunnen we dan ook gerust stellen: ‘de gemeente zijn we ook zelf’. Het bezig zijn bij de vijver leverde al veel leuke gesprekken op. Soms ook discussies, als het over uitwerpselen van honden gaat, maar meestal kan dat in een goede sfeer. Inmiddels weet ik ook hoe een Chinese naakthond eruit ziet en dat hij in de winter roze is. Laatst kwam een oudere buurvrouw toch even ‘binnen’ voor een kop koffie en ontstond een geanimeerd gesprek met onze overbuurman die met ons genoot van het uitzicht.

De gemeente, dat zijn wij dus gewoon met z’n allen. We hoeven niet alles over te laten aan de vuilophalers en de ingehuurde schoffelaars. Op het gemeentehuis kun je gratis afvalgrijpertjes krijgen. En het aantal plantsoenen dat wordt onderhouden door bewoners is groeiende. En dat laatste levert weer sociale cohesie op. Ondertussen blijf ik wel ageren op de ‘BuitenBeter’ app dat men actie moet ondernemen tegen de Amerikaanse rivierkreeft die er ook in ‘onze’ vijver als exoot voor zorgt dat het ecologische evenwicht wordt verstoord en de waterkwaliteit erg verslechtert. Je kunt met een hengeltje op een rustig plekje gaan mediteren, maar vangen zul je niets. Soms pikt de plaatselijke reiger een kreeftje, maar dat zet geen zoden aan de dijk; integendeel.

‘Uut de tied ekoomm….’ in memoriam oudste broer 1944 – 2025

Ad en Wolf

Vorige week hebben we ‘oudste broer’ begraven. Opeens was het afgelopen, de gevolgen van een epileptisch insult als gevolg van een beroerte, werden hem fataal. Naar de mens gesproken, was het goed zo. Hij leefde steeds meer in het verleden, maar het heden haalde hem toch in. Tachtig jaar geworden.
“Ik ben de opstanding en het leven. Wie in mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft.” In dat vertrouwen ging onze oudste broer, zonder het zelf waarschijnlijk te beseffen, naar zijn hemelse Heer.
Verschillende keren heb ik er de laatste blogs wat over geschreven. Zijn alleen wonen in het voorheen ouderlijke huis, het verdwalen in vroeger en ook het afscheid moeten nemen van het vertrouwde. Ad en ik verschilden twaalf jaar, op één dag na; een generatie. Ad hoorde bij de babyboomers, alhoewel hij dat zelf nooit zo genoemd zou hebben. Een hardwerkende generatie, trouwe werknemers en gehecht aan stabiliteit en gewoontes. Achteraf zal dat in onze omgang onbewust misschien hebben meegespeeld, geboren in 1956 ben ik dus van de generatie X en dus behoorlijk gesteld op mijn onafhankelijkheid.
Ondanks dat we in een heel verschillende tijd opgroeiden, waren we wel deel van hetzelfde grote gezin. We aten uit dezelfde pan sperziebonen, karnemelkse pap en rijst met bruine suiker. Ad, geboren in de Tweede Wereldoorlog, zonder daar herinneringen aan te hebben was de tweede in het gezin. Zus Lies (1943 – 1976) was een jaar ouder. Terugdenkend vraag je je af hoe dat allemaal kon in die dagen. Va en moe trouwden in de oorlog, gaan dan inwonen bij hun ouders, mijn opa Fake en opoe Liebigje, en er waren ook nog twee onderduikers en de inwonende broer Harm.

De Hoogeveense synagoge in 1918

Onze ouders gingen mee met de Vrijmaking in 1944 (een afscheiding van de Gereformeerde Kerk). Ik weet niet anders dan dat we op zondag naar de Schutstraat fietsten en daar kerkten in de voormalige synagoge. Meester Veldman, meester van klas 6 van de lagere school, zag daar een profetie in. In Genesis 9: 27 staat immers, dat Jafeth zal wonen in Sems tenten. Achteraf gezien een toch wel wat lugubere vergelijking. Joden zijn afstammelingen van Sem en wij Europeanen zouden afstammelingen van Jafeth zijn. De vrijgemaakten kerkten in een voormalige synagoge, vandaar. Vrijwel alle Joodse inwoners van Hoogeveen (op het gedenkteken bij de Joodse begraafplaats staan 165 namen), werden vermoord in de Duitse vernietigingskampen. Boer Flokstra verborg een aantal Joden onder zijn hooiberg en kon daarom later bemiddelen bij de aankoop van de synagoge. Maar of daarmee nu Genesis 9 in vervulling ging….?
Om eerlijk te zijn, we zijn wel opgegroeid in een ‘vrijgemaakte’ bubbel. We gingen als vrijgemaakten natuurlijk naar de vrijgemaakte school aan het Haagje. Ad is zelfs, samen met onze zus en twee broers een aantal jaren in Assen naar school gegaan, alles voor het gereformeerde onderwijs. En klas 6 mocht hij zelfs twee keer doen, anders kwamen ze, op de in Hoogeveen gestarte gereformeerde school niet aan genoeg leerlingen. We zaten op de knapenvereniging van de kerk en later de jongelingsvereniging, alle broers doorliepen dat ‘leertraject’ en zussen trouwens ook, maar dan op de meisjesverenigingen. En één keer per jaar togen we naar Kampen om ons te laven aan orgelspel en doorwrochte toespraken.
Op de Lagere Technische School, daarvan had je nog geen vrijgemaakte versie, leerde Ad sleutelen aan auto’s, het werd zijn lust en zijn leven. Toen hij werd opgeroepen voor militaire dienst hadden auto’s natuurlijk zijn voorkeur. Net als ooit met de bokkenwagen, werd het sturen en repareren zijn ding. Die bokkenwagen was overigens best bijzonder, va moet daar best veel tijd in hebben gestoken. Bok ‘Arnoldus’ had een echt tuig en een inspan. Ad was de baas en liet de teugels niet vieren. Ik kan me er niet veel van herinneren, maar de ouderen in ons gezin spraken met respect over de bokkenwagen en zijn bestuurder.

De omgebouwde Opel-bestelbus. Hier tijdens de verhuizing van het stookhok. Het kwam achter het kippenhok te staan en ik mocht er een stenenverzameling aanleggen.

Eenmaal in de zaak bij va, was Ad dan ook degene die bestellingen rondbracht. In eerste instantie met een Opel-bestelauto en later met een vrachtwagen, dan was hij echt in zijn element. Uiteindelijk nam hij ook het bedrijf over en werd het ‘firma R. Wimmenhove & zoon’. Ad ging met zijn Diny en het groeiende gezin bij het bedrijf wonen en va en moe verhuisden naar 24a, een prachtige nieuwbouwwoning.  De houthandel was een begrip in Hollandscheveld en omstreken, totdat de doe-het-zelver goedkoper terecht kon bij Gamma, Praxis of Hubo en uiteindelijk ook geen zin meer had in klussen. De ‘bouwvakvakantie’ werd een echte vakantie en houthandel Wimmenhove werd een speciaalzaak voor de liefhebber. Geen van Ad zijn zonen had er oren naar om het bedrijf voort te zetten en zo is er weer een kleine middenstander verdwenen.
Gelukkig rukte Hoogeveen niet zover op, dat zijn uitzicht verdween. De boom en het torentje van de Hervormde kerk in Hollandscheveld waren vaste punten. Mooi dat hij ook van die kerk uit werd begraven en van waaruit we lopend over de Otto Zomerweg en de Kerkhoflaan naar de begraafplaats konden lopen.

Een generatie verschil, twaalf jaar. In grote gezinnen was dat heel gewoon, maar het zorgde er ook voor dat je wel in hetzelfde gezin opgroeide, maar elkaar niet echt wezenlijk kende. Met mijn oudste zus had ik wel een soort zielsverwantschap, ook al verschilden we 13 jaar. Toen zij kinderen kreeg met Piet en ik wel eens mocht oppassen in Hoogkerk, kwamen er echte gesprekken. Ooit had ze mij geholpen bij het leren van de eerste psalmversjes. Lies lag toen herstellend van een zware hersenschudding in de zijkamer, waar Ad later zijn keuken had.  Zo verschillend kan het dus zijn en bij het sterven van oudste broer Ad komen al dat soort herinneringen weer boven.

PS Met dank aan broer Henk voor het scannen van de oude familiefoto’s.